Hoogbegaafdheid

Cognitieve ontwikkeling
Als mensen wordt gevraagd hoe zij denken dat een hoogbegaafde zich ontwikkelt dan blijkt dat ze vaak denken dat deze hele hoge cijfers haalt/haalde op school, intelligent overkomt op de buitenwereld en het erg makkelijk heeft in de wereld.

Jammer genoeg is dit een behoorlijke misopvatting. Een hoogbegaafd persoon heeft ten eerste een IQ van 130 of hoger. Dit is minimaal 30 punten hoger dan het gemiddelde IQ van 100. Iemand met een IQ van lager dan 80 kan meestal niet meer in het gewone basisonderwijs meedraaien, omdat de achterstand ten opzichte van de meeste kinderen in de klas te groot is. Kinderen met een hoger IQ dan 80 en leerproblemen, zoals bijv. dyslexie, krijgen een rugzakje waarmee extra leerondersteuning kan worden ingekocht. Een hoogbegaafd kind zijn/haar IQ scheelt nog meer ten opzichte van het IQ van de meeste kinderen in de klas. Een hoogbegaafd kind is veel verder in zijn/haar ontwikkeling, maar moet veelal zijn/haar leerniveau ver naar beneden toe aanpassen om maar mee te kunnen draaien in het normale onderwijssysteem. Hierdoor gaat het kind zich vervelen en verliest telkens meer de motivatie om te leren en op te letten. Met als gevolg dat het hoogbegaafde kind een onderpresteerder, een dromer of een klier in de klas wordt. Als bij de leerkrachten wel bekend is dat het kind een hoog IQ heeft en/of makkelijk leert dan zeggen ze vaak “ze mogen wel wat sneller door de stof heen gaan” of bij een ‘luie’ leerling (die langzaam werkt door motivatiegebrek) “ze mogen wel wat minder opdrachten maken”. Kinderen die sneller door de stof heengaan, en soms klassen overslaan, krijgen nog steeds niet genoeg uitdaging. Hoogbegaafde kinderen hebben behoefte aan verbreding en verdieping. Ze willen meer weten over bepaalde onderwerpen, meer de diepte in.  En ze willen vaak meer weten over andere onderwerpen die niet behandeld worden in het reguliere basisonderwijs, de breedte in. Kinderen die minder opdrachten hoeven te maken van leerkrachten, omdat ze het toch wel snappen, en daarnaast niet verbreding en verdieping krijgen worden dan nog ‘luier’ dan dat ze daarvoor waren. Met alle gevolgen van dien, vooral op het vervolgonderwijs wanneer ze huiswerk moeten maken en misschien wel les krijgen op een niveau wat beter aansluit bij hun mogelijkheden. Ze zijn niet gewend om zich ergens voor in te spannen, ze hebben het veel te gemakkelijk gehad op de basisschool. Het resultaat is dan vaak dat ze hun huiswerk niet maken, niet leren voor toetsen en uiteindelijk afdalen naar een lager niveau.

Uit onderzoek blijkt dat zo’n 30% van de hoogbegaafde kinderen een lager advies krijgt dan Havo. Dit is een behoorlijk hoog percentage van de hoogbegaafde kinderen die een veel te laag advies krijgen, omdat hun hoogbegaafdheid niet is onderkend. Hiervan valt ook weer een hoog percentage (hoger dan normaal) uit en verlaat het onderwijs zonder diploma. Ze hebben het dan vaak helemaal gehad met leren. Wat ook logisch is, want het gaat ze allemaal veel te langzaam en ze hebben veel te weinig uitdaging gehad van jongs af aan. Hoogbegaafde kinderen/adolescenten weten van zichzelf meestal wel dat ze goed kunnen leren, maar aan de andere kant zijn ze ook weer heel onzeker als hun hoogbegaafdheid niet is onderkend. Door het grote verschil in IQ met de gemiddelde mensen worden ze niet altijd even goed begrepen en daardoor soms zelfs voor dom aangezien. Wat weer invloed heeft op hun  zelfvertrouwen.                                                                       

Onderzoek toont aan dat hoogbegaafde kinderen de basisschool lesstof ongeveer 2 keer zo snel leren als een gemiddeld kind. Daarbij komt dat deze kinderen top down leren: vanuit inzicht in het geheel  maken ze zich de onderdelen eigen. Het gaat hierbij om het vormgeven van onderwijsarrangementen die gekenmerkt worden door open, complexe opdrachten, onderzoek doen, beroep op metacognitieve vaardigheden en passende procedurele steun. Helaas is het basisonderwijs (bijna) volledig bottom up ingericht. Bij bottom-up leren wordt de lesstof stap voor stap aangeboden in hapklare brokken. Steeds weer wordt er een klein aspect behandeld en eigen gemaakt en gaat de klas weer door met het volgende onderdeel. Hoogbegaafde kinderen verliezen mede hierdoor de belangstelling voor het leren.

Momenteel is er een positieve ontwikkeling gaande in Nederland. Sinds 2007 zijn er scholen voor hoogbegaafde kinderen en scholen met afdelingen voor hoogbegaafde kinderen. Dit zijn Leonardoscholen en Leonardo-afdelingen
(www.leonardostichting.nl ). Hier krijgen de hoogbegaafde kinderen onderwijs op hun eigen niveau en wordt de stof top down aangeboden, zodat ze zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen en plezier in het leren beleven en behouden. Om te kunnen worden toegelaten tot deze vorm van onderwijs is het van belang dat het kind een IQ van 130 of hoger heeft wat moet worden vastgesteld met een officiële IQ test, zoals de WISC-III. Daarnaast is het van belang dat uw kind geschikt is voor deze vorm van onderwijs. Om in aanmerking te komen voor de Leonardoschool is een recent testrapport van een deskundige orthopedagoog benodigd. Dit testrapport wijst uit of het kind zal profiteren van Leonardo Onderwijs. Bij Centrum Regenboogkind kan uw kind getest worden door een Leonardo Preferred Tester en kan dus voorzien in deze benodigde testrapportage. http://leonardo-onderwijs.nl/leonardo-preferred-testers/

In februari wordt de Cito-toets afgenomen. Deze meet de schoolse vaardigheden die een kind zich eigen heeft gemaakt in de 8 schooljaren die hij/zij op de basisschool heeft gezeten. Dit komt vaak overeen met de schoolresultaten. De kans is dan ook groot dat de Cito-toets bij een hoogbegaafd kind die onderpresteerder is een vertekend beeld geeft van zijn/haar cognitieve niveau. Het IQ oftewel het werkelijke niveau van functioneren wordt hiermee niet getest. Op basis van schoolprestaties en Cito-toets krijgen deze kinderen dan een te laag advies voor het vervolgonderwijs, met alle gevolgen van dien.

Hoogbegaafde meisjes en vrouwen                                                                                Er zijn ongeveer evenveel hoogbegaafde meisjes als jongens, terwijl er meer hoogbegaafde mannen zijn als vrouwen. Rond het twaalfde jaar zijn er meer hoogbegaafde jongens als meisjes en vanaf dan neemt het aantal hoogbegaafde meisjes en vrouwen telkens verder af. Hoogbegaafde meisjes roepen niet snel om hulp door onaangepast gedrag te laten zien. Jongens doen dit vaak wel, waardoor leerkrachten en ouders denken ‘hier is wat aan de hand wat we moeten gaan onderzoeken’. Bij jongens wordt dan vaker dan bij meisjes vastgesteld dat ze hoogbegaafd zijn, waarna jongens een aangepast lesaanbod krijgen en zich in hun eigen tempo kunnen blijven of gaan ontwikkelen. Meisjes conformeren zich vaak aan de groep, waarbij sociale relaties het veelal winnen van intellectuele interesses. Hoogbegaafde meisjes zijn in veel gevallen beter sociaal aangepast dan hoogbegaafde jongens en daardoor pikken ze sneller sociale richtlijnen op en weten ze hoe ze zich moeten aanpassen. Hoogbegaafde meisjes gaan vaker onderpresteren om maar niet meer op te vallen of af te wijken van de groep. Vroege identificatie van hoogbegaafdheid is belangrijk om ervoor te zorgen dat het hoogbegaafde kind zich zo optimaal mogelijk kan blijven ontwikkelen en om ontwikkelingsproblemen te voorkomen. Vooral wanneer er sprake is van een neergaande lijn in prestaties is het van belang te onderzoeken wat hiervan de reden is.  

Sociaal-emotionele ontwikkeling
Hoogbegaafde kinderen kunnen op sociaal-emotioneel vlak problemen ontwikkelen. Dit komt vaak niet doordat ze sociaal-emotioneel minder ver ontwikkeld zouden zijn. De meeste hoogbegaafde kinderen zijn sociaal-emotioneel juist verder ontwikkeld dan hun leeftijdsgenoten. Ze zijn mede daardoor anders en kinderen die anders zijn worden sneller gepest of durven niet meer zichzelf te zijn en gaan zich aanpassen om maar bij de groep te horen. Hoogbegaafde kinderen kunnen hierdoor psychische en/of somatische klachten gaan ontwikkelen. Psychische klachten zoals: erg stil, verlegen, veel huilen, opstandig, gespannenheid, faalangst etc.. Of somatische klachten zoals: hoofdpijn, buikpijn, voortdurend moe zijn, vaak grieperig etc.. Het is dan belangrijk hulp te zoeken, zodat uw kind weer lekker in zijn/haar vel gaat zitten en gewoon zichzelf durft te zijn.
Zie voor meer informatie de link op deze website ‘Therapie en opvoedadvies’.

Hieronder vindt u een lijst met (veel) voorkomende kenmerken van hoogbegaafdheid.

  • hoge intelligentie (IQ hoger dan 130)
  • vroege ontwikkeling / ontwikkelingsvoorsprong
  • uitblinken op meerdere gebieden
  • gemakkelijk kunnen leren
  • goed leggen van (causale) verbanden
  • makkelijk kunnen analyseren van problemen
  • maken van grote denksprongen
  • voorkeur voor abstractie
  • hoge mate van zelfstandigheid
  • brede of juist specifieke interesse/hoge motivatie/veel energie
  • creatief/origineel
  • perfectionistisch, vaak ook faalangstig
  • apart gevoel voor humor
  • hoge mate van concentratie (mits voldoende uitdaging)
  • sterk rechtvaardigheidsgevoel
  • goed geheugen
  • sterk empathisch vermogen
  • stellen vaak ‘waarom’ vragen
  • al jong bezig met filosofische vragen, zoals ‘waarom worden we geboren?’
  • geen aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten
  • bij te weinig uitdaging op school worden het vaak dromers, onderpresteerders of ze verstoren de les
  • psychische of somatische klachten als hoogbegaafdheid niet wordt onderkend en er geen goede begeleiding plaatsvindt